Session 15

Session 15

Infobox

info

Datum van Session
2025-12-15
geschreven door
waren aanwezig

Quick References

Column
Chracters
Locations
Organizations

Dataview: No results to show for list query.

**We worden wakker met nieuwe fantastischheid van zijn.

We gaan even shoppen. 

We gaan op pad naar de grot in neverwinter wood. +- 60 mile wandelen we komen aan op de 3e dag.

(Sister Garaele herkende Oehwoeeeaa ridot Thundertree -> grot waar druide aviat is gezien voor het laatst legende druide aviat neverwinter wood, daar zoeken naar meer info)

We worden aangevallen in het gras door wat lawaaiige hobgoblins. Die al beginnen met dreigen op vervelende afstand. Oftewel er komt allerlei gehuppel en gefladder aan te pas om ze stuk te maken. Squack weet er 1 te grijpen, maar die hobgoblin heeft te veel mcdonalds gegeten, oftewel ze komen niet van de grond.
Galena heeft als eerste door hoe je koters weet te raken maar verder zijn het moeilijke goblins. ze weten haar gelukkig ook niet neer te prikken. Asjemenou steekt van boven af een longsword naar binnen bij een Goblin en die begeeft het. Rubble bevrijd Squack door de goblin van onder te doorklieven  en precies te stoppen bij zijn teen. De sissies rennen weg en worden door ons van spectaculaire afstand nog geprobeerd neer te halen. 1 is er nog dood gemept en de andere ontsnapt.

We vinden een scroll met afbeelding van Rubble met wanted 25 gps as reward met Logo van The Spider.

We lopen weer verder, in het daglicht gebeurt er niks en de schemering komt. vosje wordt ook weer gezocht. vosje word niet gevonden wel een konijn. Squack haalt het neer. weehee bbq oh oops het werd soep voor ons allemaal. Galena heeft nog een nieuwtje, serieus, voorouders waren niet zo goed met alcohol, oudere centaurs met alcohol verander de ziel en worden duister. Niet meer weten wie ze zijn, met alle gevolgen van dien. Oftewel voer geen alcohol aan Galena. Mocht er een draak tegenover ons staan, Galeena kan dan een slok nemen zodat ze dan enorm woest kan worden. Galeena is nu moe na zo iets zwaars heeft gedeeld. We gaan slapen en er gebeurt niks.

Goedemorgen. Bloem is er niet voor pancakes en de soep is opgegeten door Squack dus we gaan zonder eten verder.

We zijn highspeed even naar de volgende avond gerend. Kampvuur is weer aan. vosje wordt weer gezocht. het zwarte neusje komt uit het bos gestoken, Oehwoeeeaa probeert vossie weer naar hem toe te lokken en weet hem te voeren. De bonding vindt plaats. De rest van ons wordt nog niet geheel vertrouwd. 
We gaan een vlot bouwen. om verder over de rivier te verplaatsen met squack als zeil / voortstuwing. Er is wat lekkers gevist en ander smaakvol spul  verzameld voor een lekker maaltje. Buikje is rond en we gaan de nacht in en er gebeurd weer niks.
We sjeesen de rivier af, het blijkt dat Squack niet nodig voor voortstuwing en checked vliegend de omgeving. We gaan zo snel dat we tadaaa al bij de plek die we zochten. Het is herfst. We moeten de grot nog vinden. 

vosje komt aangesnuffeld en kijkt ons met een blik wat zoeken jullie. Oehwoeeeaa vraagt vosje of hij iets kan vinden, we volgen vosje nadat hij wat gevonden heeft. 
lijkt niks bijzonders, maar sommige struiken lijken gek, rotswand met klimop lijkt een ingang te zijn. Smalle doorgang met een tunnel, we lopen erin. na 20m gaat het schuin naar beneden en opent in een enorme grote kamer. De grot is open ruim en gewelfd plafond. Met boomwortels erdoor naar beneden. spleten in het plafond laten daglicht binnen. er staat een klein houten kistje wortels hebben het verankerd. op de deksel een cirkel met spiraal erin. Lijkt alsof er maar 1 iemand het kistje zou mogen openen. Oewaaa gaat er op af. Het heeft op elke zijde een metalen slot. 

Wolf North 
Spider East
Bat south
snake west

Note

Zodra jullie ogen wennen aan het zachte, gefilterde licht binnen, worden jullie verrast door wat jullie aantreffen.
De grot is niet donker of koud, zoals je zou verwachten – integendeel. Het is één grote, open kamer, hoog en ruim, met een gewelfd plafond waar dikke, kronkelende boomwortels dwars door het steen lijken te groeien. Ze hangen als natuurlijke zuilen omlaag, sommigen reiken bijna tot aan de grond.
Op de rotswanden groeien mossen en klimplanten in zachte groene tinten, sommige met kleine bloemen die zacht oplichten in het schemerlicht. In scheuren in de vloer groeien varens, en een paar kleine paddenstoelen vormen cirkels rond de wortels. Een diffuus licht valt via spleten in het plafond naar binnen, alsof de natuur zelf deze plek verlicht.
De lucht is vochtig, maar fris — alsof de grot ademt. Er klinkt een zacht getik van druppels die vallen in een plas in de verte.
Achterin de kamer, half verscholen tussen wortels en mos, staat een klein houten kistje. Niet groter dan een brooddoos, oud maar intact. Wat direct opvalt: het kistje is niet zomaar neergezet. Een dikke bundel wortels heeft zich er strak omheen gewikkeld, samen met stukken steen die eruitzien alsof ze uit de vloer zelf omhoog zijn gekomen om het vast te klemmen. Alsof de grot zelf dit object vasthoudt.
Midden op het deksel is een symbool zichtbaar – half bedekt met aarde en wortels, maar nog net te onderscheiden: een cirkel met een spiraal erin, omrand door tekens die lijken op oude druïdische runen.
Het kistje straalt geen zichtbare magie uit, maar het voelt... belangrijk. Alsof het hier al eeuwen wacht. En alsof het alleen geopend mag worden door wie er recht op heeft.
Zodra je dichterbij komt zie je dat het kistje een ijzeren slot heeft aan elk van de vier zijden. Elk slot heeft een sleutelgat met daarboven een gebeeldhouwd afbeelding van een dier. Aan haken aan de nabijgelegen rotswand hangen vier ijzeren sleutels, en elke sleutel heeft een verschillend aantal kartels (tanden). Boven de sleutels is het volgende vers in de muur geëtst:
The spells on these locks are all the same.
Though each possesses a unique name.
Count on your answer to unlock the way,
But use the wrong key to your dismay.

Zodra het laatste slot opengaat met een klik lijkt de bundel wortels die zich om het kistje heeft gewikkeld tot leven te komen. Langzaam, één voor één trekken de wortels zich terug. Zodra het laatste stukje wortel, dat zich als een klauw om het kistje had gekromd, zachtjes opensplijt en met een bijna respectvolle traagheid terugtrekt, komt het deksel langzaam los. Het hout kraakt nauwelijks — alsof het kistje zich, na al die tijd, gewillig opent voor degene die het gevonden heeft.

Een korte, koele windstroom lijkt op te stijgen uit de doos zelf, nauwelijks voelbaar, maar genoeg om het mos aan je voeten zacht te laten ritselen. Binnenin is de ruimte bekleed met een fluweelachtig, donkergroen weefsel, als mos dat nooit verdort. Middenin, op een verhoging van glad, gepolijst hout, ligt een ring.

De ring is eenvoudig van vorm, maar uitzonderlijk verfijnd in uitvoering. Gemaakt van een metaal dat zich niet meteen laat thuisbrengen — zilverachtig, maar met een subtiele gloed die soms neigt naar blauw of zelfs goud, afhankelijk van hoe het licht erop valt.

Langs de buitenrand van de ring lopen kleine inscripties, oud en bijna onzichtbaar, alsof ze slechts bij bepaald licht of onder bepaalde omstandigheden tevoorschijn willen komen. De tekens lijken op dezelfde druïdische runen als op het deksel van het kistje, en wanneer je ernaar kijkt, voel je een korte rilling langs je ruggengraat trekken — een gevoel van herkenning, of bescherming die zich langzaam om je heen sluit.

Zodra je de ring oppakt, lijkt de lucht om je heen een fractie stiller te worden. Alsof iets ouds en krachtigs is ontwaakt — niet vijandig, maar waakzaam. Het is geen explosieve magie, geen lichtflits of plotselinge kracht. Het is iets subtielers: een kalme, constante aanwezigheid, alsof een onzichtbare hand zich beschermend op je schouder heeft gelegd.

En ergens, diep in de grot, hoor je opnieuw een druppel vallen.
Maar deze keer klinkt het… als een afsluiting. Alsof iets tot rust is gekomen.

Het laatste slot floept het kistje open, de wortels trekken zich terug van het kistje. Koele wind vleugt uit het kistje. 

Na deze grot herinnert Oehwoeeeaa zich dat hij nog naar Sister Garaele moet voor meer informatie erover.. Hij laat de ring nog met rust en doet het nog niet om. Hij neemt het wel mee in de binnenkant van zijn tuniek extra veilig opgeborgen zodat Squack er ook vanaf kan blijven en niet eventueel verliest.

Galena is steeds meer opvallend aan het knuffelen.

vosje gaat mee naar neverwinter waar we met ons top vlot heen dobberen. Waar we snachts ook mee door dobberen. Wederom gebeurt ons niks. De pancakes willen ook niet lukken want er is blijkbaar geen graan te krijgen in het grasveld. We komen aan het eind van de middag aan in neverwinter. We stappen van ons vlot af en aan de kant bij de grote poort van de stad. we kunnen er in zonder gedoe. De stad is luidruchtig en stinkt en zoals dat is. 

We zoeken de hoeden winkel, jesters hat in Neverwinter, nu gesloten. We weten nu waar ongeveer die is.

Driftwood tavern, redelijke maaltijd en verblijf. weer bij de stadspoort in de buurt. Het straalt een hoop gezelligheid uit. 

Galena lust geen wortels. Squack en Asjemenou en Rubble zitten lekker te drinken aan de bar. We blijven ook slapen en eten nog wat. Volgende ochtend hebben we eindelijk pancake’s. 

Op naar de hoedenwinkel. Een dandy staat ons in de winkel op te wachten. We worden zowaar welkom geheten. Squack weet de man te charmeren en weet precies de juiste hoed te vragen. Koopt er ook een voor Galena. Rubble heeft de hoogste hoed gekocht en Oehwoeeeaa de kleinste gekregen. bij zijn broer kan er een cape gekocht worden. Asjemenou wil er graag 1 en Galena doet navraag of dat wat voor haar is. Op naar de Gentlemans cape. de verkoper is de 1 eiige tweelingbroer. Er wordt een Sorro cape voor Squack, een drakencape voor Asjemenou en Galena een custom made cape gekocht waar we later dan nog wel even voor terug moeten met een paar weken levertijd.

Op naar de markt voor beesten. Aangezien we nog niet genoeg geld hebben voor een airship van 40.000,- euro willen we overgaan op paarden maar de paarden kwestie wordt later opnieuw bekeken.  oopsie de tijd gaat snel, we gaan eerst naar Sister Garaele in Phandalin. We komen aan het einde van de middag aan in de Shrine of Luck waar ze is.

Oehwoeeeaa vraagt of ze iets weet over de ring: dit is bewijs voor dat ik een verhaal te vertellen heb:

Oehwoeeeaa’s geschiedenis

Eeuwen geleden, in het betoverende Oehoeland, leefden de Eladrin, een prachtig en magisch Elvenvolk. Hun leven was doordrenkt met schoonheid en harmonie, geleid door een koning en koningin die elkaar zielsveel liefhadden. Na eeuwen van liefde en geduld werd hun grootste wens vervuld: de geboorte van hun zoon, Prins Oehoewrara. De koning, hoewel streng, was rechtvaardig en zorgde ervoor dat zijn volk in welvaart leefde.

Maar het leven is soms wreed. Na vele jaren van geluk werd de koningin ziek en stierf, wat een schaduw over het koninkrijk wierp. De koning, gebroken door verdriet, veranderde. Zijn striktheid ontaarde in tirannie; hij werd onrechtvaardig en zijn liefde voor zijn zoon verging in angst en controle. Het koninkrijk, eens bloeiend, zakte weg in armoede, terwijl de prins steeds minder vrijheid kreeg. De bossen werden zijn enige toevluchtsoord, een plek waar hij even kon ontsnappen aan de druk van zijn vader en de verantwoordelijkheden van het koningschap.

In die bossen ontmoette hij Aviathe, een prachtige druïde die in harmonie met de natuur leefde. Haar ogen straalden de wijsheid van de eeuwen uit, en haar lach was als de melodie van de wind door de bladeren. Hun liefde bloeide op, maar het was een verboden liefde, want de koning had zijn zoon al uitgehuwelijkt aan de prinses van het verre Zonanië. Toch konden Oehoewrara en Aviathe hun gevoelens niet onderdrukken en in het geheim verwelkomden ze een dochter, een sprankje hoop in een wereld vol duisternis.

Jaren verstreken en het gezin vond geluk in hun verborgen leven, maar de koning begon argwaan te koesteren. Hij merkte de frequente afwezigheid van zijn zoon op en besloot hem te volgen. Wat hij ontdekte, vulde zijn hart met woede: zijn zoon had een buitenechtelijke dochter met een druïde. De koning, verblind door zijn eigen trots en angst voor een "vervuilde" bloedlijn, beval Oehoewrara om met zijn dochter naar het kasteel te komen. De woorden van de koning waren als een dodelijke schaduw die over hen hing: "Dit schepsel mag niet langer voortleven."

In een wervelwind van angst en paniek vluchtten Oehoewrara en Aviathe het bos in, met hun kostbare dochter in hun armen. Ze wisten dat de soldaten van de koning hen altijd zouden vinden, dat hun liefde hen niet zou beschermen tegen de wreedheid van de wereld. In een wanhopige poging om hun dochter te redden, namen ze de ondenkbare beslissing: ze verstopten hun dochter diep in het bos, omringd door de bomen die hen altijd hadden beschermd.

Met gebroken harten lieten ze hun dochter achter, wetende dat dit de enige manier was om haar leven te redden. De tranen stroomden over hun wangen terwijl ze zich omdraaiden, de pijn van het afscheid als een zwaard in hun harten. Maar in hun verdriet was er ook hoop. De bossen zouden hun dochter beschermen, de natuur zou haar omarmen en haar de liefde geven die haar ouders niet konden geven.

Na vele jaren van pijn en rouw, gebroken maar ongebroken, keerde Aviathe zich af van de ketenen van de koning. Gedreven door moederliefde die zelfs de tijd trotseert, begon ze aan een eenzame zwerftocht door de uitgestrekte landen van Faerûn, op zoek naar haar lang verloren dochter.

Door stormen en seizoenen, over bergen en door schaduwrijke valleien, bleef ze zoeken. Maar de jaren eisten hun tol. Haar krachten verzwakten, haar adem werd korter. Toen leidde het lot haar naar de mysterieuze diepten van Neverwinter Wood, een woud waar stilte spreekt en bomen herinneren.

Daar, verscholen onder het bladerdak waar het zonlicht nauwelijks reikt, vond zij een vergeten grot. Diep vanbinnen, omgeven door oeroude wortels en eeuwige duisternis, voelde ze dat haar reis ten einde liep. Wetende dat haar lichaam het pad niet veel langer zou dragen, nam ze haar laatste besluit. Voor haar knieën bezweken, legde ze een eeuwenoude kist op de vloer van de grot. Een kist die zij haar hele leven had bewaakt. Een kist met daarin een erfstuk doordrenkt met de magie van haar bloedlijn. Met haar laatste druïdische kracht, verweefde ze wortels en steen tot een ondoordringbaar zegel. Ze riep alle wezens van het bos op de kist te beschermen. Hopende dat ooit haar dochter de kist zou vinden en hem zou weten te openen.

"Voor haar," fluisterde ze. "Alleen voor haar. Oehwoeeeaa."

De ring: The ring of protection.**